Het ETS met het afnemend CO2-budget van emissierechten, zorgt ervoor dat de EU haar CO2-doelen haalt. In 2025 waren de emissies van de ETS-deelnemers samen 53% lager dan het begin, 2005. Na verloop van tijd zal eerst de energiesector en daarna de hele industrie en de lucht- en scheepvaart die onder het ETS vallen, bijna geen CO2 uitstoten. Ongeveer de helft het CO2-budget wordt geveild, de andere helft wordt gratis uitgereikt aan de industrie op grond van CO2-benchmarks.
Aanpak overschot emissierechten
In de eerste jaren van het ETS werkte het systeem niet effectief. Vanaf 2008 ontstond er een overschot van rond miljard ton emissierechten – net zoveel als het totale budget voor een jaar. Dat kwam door de economische crisis van 2008, die leidde tot een jarenlange lagere uitstoot dan verwacht en daardoor tot een kleinere vraag naar emissierechten. Uiteindelijk leidde dat tot een CO2-prijs van 5 euro per ton CO2 in 2013.
Dit leidde tot een zwakkere prikkel voor bedrijven om hun uitstoot te verminderen en gebrek aan vertrouwen in het systeem. In 2015 besloot de EU de helft van het overschot te cancellen en een marktstabiliteitsreserve in te stellen (MSR) om vraag en aanbod weer in evenwicht te brengen. Dat moet de koolstofmarkt beter bestand maken tegen grote toekomstige schokken. De MSR trad in 2019 in werking. De prijs trok daarna weer aan.
Hoe werkt de MSR
Elk jaar berekent de Europese Commissie het "totaal aantal emissierechten in omloop" (TNAC). Als er door een economische crisis of door een schok zoals corona een veel lagere CO2-uitstoot is en er daardoor een nieuw overschot dreigt, wordt er het jaar erop minder uit de MSR geveild.
Daardoor blijft er een gezonde liquiditeit op de markt en blijft de CO2-prijs stabieler. De EU heeft die gezonde liquiditeit bepaald op 833 miljoen ton emissierechten, als voldoende voor vraag en aanbod. Als het aantal emissierechten in omloop flink groter is, gaat dat af van het veilingbudget. Als er minder dan 400 miljoen ton in omloop zijn, wordt er juist extra geveild. Zie onderdeel I in het plaatje met de functies van de MSR.
De precieze getallen voor overheveling van emissierechten in en uit de MSR
| Aantal emissierechten in omloop (TNAC) | Werking van de MSR |
| Meer dan 1096 miljoen | MSR neemt emissierechten op, gelijk aan 24% van de TNAC |
| Tussen de 1096 en 833 miljoen | MSR neemt emissierechten op, gelijk aan de TNAC minus 833 miljoen |
| Tussen de 833 en 400 miljoen | Geen werking van de MSR |
| Minder dan 400 miljoen | MSR geeft 100 miljoen emissierechten uit aan de markt |
Aanpassingen op de MSR
Door de geopolitieke spanningen zijn er tekorten aan brandstoffen ontstaan en zijn energieprijzen flink gestegen. Die ontwikkelingen grijpt de industrie aan om bij de aankomende aanpassingen aan het ETS voor na 2030 te pleiten om versoepelingen. Aan de andere kant verzetten groene bedrijven en Nederlandse en Scandinavische regeringen zich tegen versoepeling.

Zij pleiten voor handhaving van CO2-prijzen om de energietransitie aan te jagen en energie-afhankelijkheid af te bouwen. Verwacht wordt dat Europese Commissie toch extra ruimte zal zoeken voor extra CO2-emissies na 2040, maar daar dan voorwaarden voor extra energiebesparing aan wil verbinden.
De recente aanpassingen aan de MSR maken duidelijk hoe dat mechanisme aan beide pleidooien tegemoet zou kunnen komen. In ETS-2, voor gebouwen en transport (vanaf 2028) wordt de MSR gebruikt om te hoge CO2-prijzen, en dus kosten van de consumenten te voorkomen. Bij een te hoge CO2-prijs wordt er meer geveild.
Het is mogelijk dat dat ook wordt toegepast in het huidige ETS-1 voor de industrie. In april 2026 is besloten dat emissierechten die in een bepaald jaar van het veilingbudget afgehaald worden en in de MSR blijven, hun waarde blijven houden. En dat is nieuw, want in 2023 was juist bepaald dat het deel van de MSR dat boven 400 miljoen emissierechten uitkomt, jaarlijks wordt geannuleerd.
Het idee is om ook voor ETS-1 de mogelijkheid te creëren om meer te veilen als de CO2-prijs te hoog wordt. Er kan dan meer geveild worden. Omgekeerd wordt er minder geveild als de prijs te ver daalt. Zie onderdeel III in het plaatje met een illustratieve prijs-corridor.
Extra CO2-ruimte voor emissies voor ‘hard-to-abate’ sectoren
Voor het klimaatdoel voor de EU voor 2040 is afgesproken dat er meer CO2-ruimte komt voor sectoren die nog niet naar 0 kunnen (denk aan aluminium, chemie, staal, luchtvaart e.d.). Die extra CO2-ruimte kan ontstaan door financiering en aankoop vanuit de EU van Europese permanente koolstofverwijdering (CRCF: BECCS, DAC en biochar) en internationale carbon credits van het Parijs Akkoord (tot 5% van de EU emissies).
Deze extra CO2-ruimte kan dan door de EU omgezet worden in emissierechten, die geveild kunnen worden via de MSR (zie onderdeel II in het plaatje). In ruil daarvoor kunnen die bedrijven verplicht worden, op basis van een energie-audit, meer te investeren in eigen transitie. Nederland is wel voorstander van het gebruiken van koolstofvastlegging en internationale credits, maar dan liefst als laatste mogelijkheid en met hoge integriteitseisen.
Zo gaat dus de MSR steeds meer een spaarbank van het CO2-emissiehandelssysteem worden, waar CO2-ruimte binnen de CO2-doelen bewaard wordt. Daarvoor worden dan wel extra eisen gesteld aan achterlopers.
Wat betekent dit voor de energie-specialist:
- Het ETS blijft een stabiel systeem en de CO2-doelen maken energietransitie noodzakelijk;
- Voor de energie-investeringen blijft er een lange termijn stabiel CO2-prijs signaal;
- Voor bedrijven van hard to abate sectoren komt er meer tijd voor energietransitie;
- Achterlopende bedrijven worden verplicht tot een grotere energiebesparing op basis van een audit;
- Investeringen in warmtenetwerken, warmtepompen en isolatie worden rendabeler door ETS-2.












