Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat er in de afgelopen zes jaar bij de Nederlandse politie langzaamaan een cultuurverandering is ingezet. Er wordt meer openheid, een meer mensgericht en ondersteunend klimaat, en minder negatief gedrag jegens collega’s gesignaleerd. Het bewustzijn van seksuele intimidatie en pesten is toegenomen. Maar er is nog een lange weg te gaan want niet alle inspanningen van de korpsen de afgelopen zes jaar bleken uiteindelijk even effectief.
Wat betreft seksuele intimidatie is anno 2006 het percentage politievrouwen en -mannen dat de afgelopen twee jaar ongewenste seksuele aandacht of toenadering of seksuele dwang heeft meegemaakt niet significant afgenomen. Wel is de ernst van de problematiek voor vrouwen duidelijk afgenomen. Seksuele intimidatie heeft namelijk veel minder vaak een structureel karakter, in de meeste gevallen blijft het bij een enkel incident. Ook hebben significant minder vrouwen last van seksuele intimidatie, want niet alle vrouwen die seksuele intimidatie hebben meegemaakt, hebben hier ook last van. In 2000 gaf 48% van de vrouwen in de steekproef aan last te hebben gehad, in 2006 gold dat voor 32% van de vrouwen. Voor mannen geldt dat 13% last heeft ondervonden van seksuele intimidatie tegenover 16% in de steekproef van 2000.
Pestgedrag blijkt een lastig probleem te zijn. Het aantal slachtoffers is niet afgenomen (ruim vier op de 10 medewerkers is in de afgelopen zes maanden wel eens door collega’s gepest) en pesten heeft nog steeds een structureel karakter.Een op de vijf politiemedewerkers wordt minimaal ééns per week gepest. In vergelijking met 2000 komt gericht pesten van werknemers uit minderheidsgroeperingen vrouwen, allochtonen, homoseksuelen, mensen met een lichamelijke handicap) minder vaak voor, zij worden niet meer of minder gepest dan de gemiddelde politiefunctionaris.













